Onderzoek naar Sticusa-filmcollectie legt koloniale machtsverhoudingen bloot Door:
Collectie Beeld & Geluid
  28/10/26

Het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid heeft een herkomstonderzoek gepubliceerd naar de historische Sticusa-filmcollectie. Het onderzoek, uitgevoerd door erfgoedprofessional Dyonna Benett, laat zien hoe de machtsverhoudingen tussen Nederland en het Caribisch gebied van invloed waren op de manier waarop de geschiedenis en cultuur van de eilanden in beeld werden gebracht en bewaard.

Het rapport, Bewaarde Beelden, Nieuwe Blikken, onderzoekt hoe institutioneel beleid, financiering en overheidstoezicht de productie en bewaring van audiovisueel materiaal hebben beïnvloed. Daarnaast doet het aanbevelingen om de archiefcollectie beter toegankelijk te maken en meer ruimte te geven aan de perspectieven van de Caribische gemeenschappen zelf.

Drie films uit de jaren zeventig centraal

Voor het onderzoek zijn drie films uit de jaren zeventig onderzocht: Buskando (1973) van René van Nie, Lanta Para Watapana (1974) van Wilbert Tecla en Mosaiko Kultural (1979) van Wilbert Tecla en Felix de Rooy.

Met archiefonderzoek, filmanalyse en oral history brengt Benett de samenwerking tussen Nederlandse instellingen en lokale Caribische filmmakers in beeld. Het onderzoek laat zien dat de uitgangspunten van gelijkwaardigheid en wederkerigheid waarop de Stichting voor Culturele Samenwerking (Sticusa) was gebaseerd, in de praktijk niet altijd werden waargemaakt.

Verschillen in financiering en zeggenschap

Volgens het rapport waren er grote verschillen in de verdeling van de beschikbare middelen. Terwijl de apparaatskosten van het Sticusa-hoofdkantoor in Amsterdam tussen 1956 en 1975 opliepen tot ruim 21 procent van de begroting, ging slechts 1 procent rechtstreeks naar de ondersteuning van autonome lokale kunstvormen zoals muziek en beeldende kunst.

Ook inhoudelijk hadden Nederlandse overheidsinstanties invloed op de films. Contracten verplichtten makers om hun auteursrechten over te dragen aan de Staat der Nederlanden. Daarnaast beoordeelde de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) scenario’s onder meer op basis van opvattingen over goede zeden en educatieve waarde.

Deze financiële en institutionele voorwaarden bepaalden mede welke verhalen verteld konden worden en vanuit welk perspectief de eilanden werden weergegeven.

De Nederlandse blik tegenover het lokale perspectief

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het verschil tussen films die vanuit een Nederlands perspectief werden gemaakt en producties waarin lokale filmmakers hun eigen cultuur en samenleving centraal stelden.

De film Buskando, gemaakt door René van Nie met een budget van 120.000 gulden, benaderde de bevolking vanuit een observerend perspectief. De film leidde destijds tot stevige kritiek in de lokale pers, waaronder de Amigoe, en zorgde voor verdeeldheid binnen het Sticusa-bestuur.

Bij Lanta Para Watapana en Mosaiko Kultural lag de nadruk meer op het eigen perspectief van de eilanden. Deze films werden gemaakt door lokale filmmakers, onder wie Wilbert Tecla, met aanzienlijk kleinere budgetten van ongeveer 30.000 tot 40.000 gulden. Daarbij werkten zij samen met lokale intellectuelen en stond de eigen culturele en maatschappelijke werkelijkheid centraal.

De films laten zien hoe Caribische makers binnen de bestaande beperkingen ruimte creëerden voor hun eigen verhalen en perspectieven. Daarmee boden zij een tegenwicht aan de manier waarop de eilanden vanuit Nederlandse instellingen werden bekeken en weergegeven.

Van archiefbezitters naar ‘bewaarders in dialoog’

Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat audiovisuele archieven niet neutraal zijn. De manier waarop materiaal is verzameld, gefinancierd, beschreven en bewaard, bepaalt mede welke verhalen en perspectieven zichtbaar blijven en welke onderbelicht raken.

Daarom pleit het rapport voor een andere rol van archiefinstellingen. Beeld & Geluid en andere beheerders van audiovisueel erfgoed moeten niet langer alleen optreden als bezitters van historische collecties, maar zich ontwikkelen tot ‘bewaarders in dialoog’.

Dat betekent dat archiefinstellingen actief samenwerken met de gemeenschappen waaruit het materiaal afkomstig is en ruimte bieden aan hun perspectieven, kennis en zeggenschap. Het gaat niet alleen om het bewaren van films, maar ook om de vraag wie het verhaal vertelt, hoe het materiaal wordt geïnterpreteerd en wie er toegang toe heeft.

Voor Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba betekent dit dat de eigen audiovisuele geschiedenis toegankelijker moet worden en dat lokale gemeenschappen meer betrokken worden bij de manier waarop dit erfgoed wordt beheerd, gedeeld en gebruikt.

Aanbevelingen voor de AV-erfgoedsector

Het rapport doet drie belangrijke aanbevelingen om deze verandering in de praktijk te brengen.

  • Radicale contextualisering (Metadata): Voeg de ‘stille stemmen’ uit dit onderzoek (kritiek, interviews, correcte benamingen van kunstenaars) toe aan de metadata. De context van de macht is integraal onderdeel van het erfgoed.
  • Faciliteren van ‘Inside-Out’ herappropriatie: Stel het materiaal actief beschikbaar voor de huidige generatie makers uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba (ABCSSS). Gebruik het archief niet als statisch bezit, maar als ‘brandstof’ voor nieuwe producties die de blik van toen bevragen en herclaimen.
  • Digitale repatriëring & gedeelde soevereiniteit: Richt digitale spiegelarchieven in op de eilanden zelf (i.s.m. lokale nationale archieven). De intellectuele en emotionele eigendom ligt bij de brongemeenschap; zij moeten onbelemmerd toegang hebben tot hun eigen visuele geschiedenis.

Een andere kijk op audiovisueel erfgoed

Met het onderzoek wordt niet alleen teruggekeken op de geschiedenis van de Sticusa-filmcollectie, maar ook gekeken naar de verantwoordelijkheid van archiefinstellingen in het heden. Het rapport maakt duidelijk dat het bewaren van audiovisueel erfgoed verder gaat dan het beheren van films en documenten. Het vraagt ook om aandacht voor de mensen, verhalen en gemeenschappen achter het materiaal.

De ontwikkeling van archiefbezitters naar ‘bewaarders in dialoog’ vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt. Door samen te werken met de gemeenschappen waaruit het erfgoed afkomstig is, kunnen archiefinstellingen bijdragen aan een meer gelijkwaardige manier van bewaren, delen en vertellen.

Meer weten? Lees het volledige rapport

Meer artikelen