Van vakantiefilm naar publiek domein Door:
  06/01/26

De amateurfilmer Johann G. Hunningher (1895 – 1954) maakte reisfilms, korte animatiefilms en expressionistische speelfilms. Hij speelde een belangrijke rol in de Amsterdamse amateurfilmwereld. Op 1 januari 2024 kwam zijn werk in het publiek domein. Op uitnodiging van Beeld & Geluid en naar aanleiding van de publiek domeindag 2026, dook documentairemaker Hannah van Tassel in zijn archieven.

Aan het begin van dit jaar werd ik door het Beeld & Geluid makersteam uitgenodigd om een korte  film te maken met films van Johann G. Hunningher, om te laten zien wat er mogelijk is met materiaal uit het publieke domein. Het lijkt een beetje op het werken met found footage: het werken met het materiaal als uitgangspunt, in plaats van een specifiek onderwerp, biedt een grote artistieke vrijheid en roept  tegelijkertijd interessante vragen op over hoe en waarom je materiaal gebruikt.  

Het perspectief van Elisabeth 

Hunningher’s werk getuigt van een grote liefde voor film. In zijn animaties experimenteert hij met camera-trucage en montage, in zijn reisfilms valt zijn oog voor compositie op en zijn aandacht voor de landschappen en mensen die hij filmt. Vooral deze reisfilms prikkelden mijn documentaire instincten: verslagen van reizen die hij met zijn vrouw Elisabeth maakte.  

Ze zijn niet alleen esthetisch sterk, maar ook historisch interessant. Hij filmde het Rome van  Mussolini en was in Zuid-Afrika in 1937, in een periode waarin de eerste segregatiewetgeving  ontstond. Tijdens het kijken werd ik me steeds bewuster van Elisabeth’s aanwezigheid: Johann  filmt, zijn camera gericht op het landschap en op haar. Ik besloot haar perspectief als uitgangspunt  te nemen. 

Zuid-Afrika films

Een groot deel van het materiaal bestaat uit de Zuid-Afrika films: een reis per boot van IJmuiden naar Kaapstad en verder naar Johannesburg. De films zijn geluidloos en grotendeels zwart-wit (met uitzondering van een kleurensegment met natuurbeelden – Hunningher’s liefde voor bloemen  blijkt ook uit zijn andere reisfilms). Hunningher maakt mooie, soms speelse (kader-in-kader) composities, en de filmische, road-movie-achtige kwaliteit blijft goed overeind. 

De reis, gemaakt in 1937, was ingegeven door hun zorgen over het opkomende fascisme in Europa. Het echtpaar overwoog naar Zuid-Afrika te emigreren. Maar de manier waarop de zwarte bevolking door de Engelsen werd behandeld stond hun zo tegen dat ze ervan afzagen en besloten in Nederland te blijven. Die context geeft hun reisverhaal extra diepte en hedendaags relevantie. 

Het Zuid-Afrika materiaal roept de vraag op hoe om te gaan met materiaal uit een historisch  beladen tijd. Hunningher’s films zijn een verbeelding van zijn blik op het land – de blik van een witte  Europeaan, hoe progressief ook. Hoe keek hij naar wat hij vastlegde?  

Uit een artikel over een vertoning van de film in 1979, na Johann’s dood, toen Elisabeth al redelijk op leeftijd was, blijkt dat zij tijdens de reis een dagboek heeft bijgehouden. Voor een nieuwe geluidsband ter gelegenheid van de vertoning heeft zij zelfs delen ervan ingesproken. (Haarlem’s  Dagblad, 2 februari 1979

Verloren dagboek

Het idee van het dagboek prikkelt mijn documentaire verbeelding, en des te tergender is het dat er van zowel het dagboek als de geluidsband geen spoor te vinden is. Na het volgen van allerlei lijntjes, waaronder de paar resterende nabestaanden van Elisabeth (te jong om zich te herinneren  wat er met de erfenis is gebeurd), de geluidsstudio waar de band werd opgenomen (inmiddels  overgenomen door iemand anders), en verschillende kleine archieven, begin ik me neer te leggen bij het feit dat het het dagboek waarschijnlijk niet meer bestaat.  

Werkend met dit materiaal ben ik me erg bewust van mijn eigen perspectief; net als de  Hunningher’s ben ik een vreemdeling, een bezoeker. Des te frustrerender is de afwezigheid van  Elisabeth’s dagboek, te meer omdat uit andere overgebleven dagboeken blijkt hoe precies en  gedetailleerd ze schreef. (Johann en Elisabeth waren tijdens de Tweede Wereldoorlog beiden actief in het verzet en Elisabeth’s oorlogsdagboeken liggen bij het Stadsarchief in Amsterdam.) Het roept ook de vraag op hoe we als makers mogen en moeten omgaan met dit soort materiaal wanneer het in het publieke domein komt.  

Hergebruik Hunningher materiaal 

Op dit moment ben ik in gesprek met verschillende Zuid-Afrika experts, die mij kunnen helpen het materiaal vanuit een hedendaags perspectief te duiden, en ben ik bezig te onderzoeken hoe dat vertaald kan worden naar vorm. Op het moment werk ik samen met het geluidskunstenaarsduo Spine (Kairos Pakleppa en Louise  van Tassel) die in Zuid-Afrika geluid opnemen om het materiaal wederom van een nieuwe geluidsband te voorzien, en onderzoeken we mogelijke samenwerkingen met schrijvers/dichters in Zuid-Afrika.  
Het is uitdagend te schrijven over een project dat zich nog midden in het maakproces bevindt. Maar het is een groot plezier om met Hunningher’s materiaal te experimenteren, en ik kijk er naar uit het in een nieuwe, aan Johann en Elisabeth getrouwe vorm opnieuw met het publiek te kunnen delen.  

Publiek Domeindag 2026 

Benieuwd wat er volgend jaar in het publiek domein komt? Kom op 9 januari 2026 naar de Publiek Domeindag in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden. 

Meer artikelen