Annemieke de Jong over de ontwikkeling van AV-archivering door de jaren heen

Interview met Annemieke de Jong  – Tekst: Hannah van der Poel

Wie iets wil weten over AV-archivering klopt al snel bij haar aan: Annemieke de Jong. Dit jaar jaar ging zij met pensioen. Bijna 40 jaar was zij verbonden aan het het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en altijd met de focus op de ontwikkeling van ‘AV-archivering’. Annemieke was een van de oprichters van AVA_Net en initieerde de bouw van de Kennisbank voor Audiovisuele Archivering, waarvan zij lange tijd hoofdredacteur was. Voor haar verdiensten voor het vakgebied werd haar onlangs de FIAT /IFTA Lifetime Achievement Award toegekend. Voor AVA_Net reden om samen met Annemieke terug te kijken op haar carrière. Ik sprak haar via een ‘video-call’, daar had ze niet zoveel ervaring mee zei ze. Daar merkte ik niets van: Annemieke keek recht de camera in en stak van wal!

In het begin

Annemieke begon haar carrière als journaliste bij de Gooi- en Eemlander en Nieuwe Revu. Al gauw maakte zij begin jaren tachtig de overstap naar het beroep van filmarchivaris bij de NOS. De combinatie van geschiedenis, film, techniek en redactioneel werk, zoals die samenkomen in het werk van een filmarchivaris trok haar aan. “Ook het niet-vluchtige van het werken in een archief vond ik aantrekkelijk: het is werk dat beklijft, werk dat ergens over gaat”. Bij de NOS was zij de eerste vrouwelijke filmarchivaris en daar werd in die tijd nogal bezorgd op gereageerd. “Het werken met een filmtafel en videoapparatuur werd vóór die tijd ‘te technisch’ geacht voor vrouwen. Sjouwen met zware AMPEX banden en ‘s avonds laat de straat nog op moeten na een avonddienst, was ook al niet geschikt”.

Foto: Sharinda Voermans CC BY-NC-SA 4.0

Toen Annemieke bij de NOS begon waren de werkprocessen nog niet erg geprofessionaliseerd, er was weinig vastgelegd aan procedures en standaarden. “Toen ik bij het archief begon, waren onderwerpen als selectie en waardering, informatiemanagement en duurzame opslag nog redelijk onontgonnen gebied. AV-archieven, zeker als ze direct verbonden waren aan omroepen of filmmaatschappijen, bestonden dan ook vaak alleen om de productie te bedienen, door het toeleveren van herbruikbare beeld- en geluidsfragmenten. Medewerkers waren soms wel technisch geschoold maar hadden meestal geen archief- of bibliotheekopleiding”.

Annemieke en haar collega’s waren jong en voelden een enorme ruimte voor ontwikkeling. “In feite konden wij het vakgebied van de professionele audiovisuele archivering zelf gaan vormgeven. En dat deden we ook, eerst door vooral naar buiten te kijken: naar andere (papieren)archieven, naar vakliteratuur voor zover die er was, naar informatietheorie en naar collega AV-archieven in het buitenland”.

Na de fusie tussen een aantal landelijke AV-archieven, waaronder het archief van de publieke omroepen, ontstond in 1997 Het Nederlands Instituut van Beeld en Geluid. Annemieke en haar collega’s gingen mee en door de jaren heen vertaalden ze nieuwe technologische concepten naar het AV-archief domein zoals ‘conversie’, ‘metadata’, ‘digital workflow’, ‘media management’, ‘online toegang’ en ‘digitale preservering’. “Zélf introduceren en vormgeven. Zélf bepalen wat deze begrippen voor ons als AV-archieven betekenen en ze op onze eigen manier inbedden. Voor mij was deze vorm van pionieren, deze enorme speelruimte, op het snijvlak van archief, erfgoed en omroep die bij Beeld en Geluid eigenlijk altijd is gebleven, een blijvende bron van inspiratie en motivatie. Ik ben niet voor niets bijna veertig jaar gebleven!”.

AVA_Net

De AV-erfgoedsector professionaliseerde en digitaliseerde in rap tempo waardoor behoefte ontstond aan een vorm van centrale kennisdeling waarbinnen av-archieven groot of klein elkaar adviseren en ondersteunen. Er werd een netwerk opgericht door een aantal instellingen die zich hard maakten voor het beheer van audiovisueel erfgoed: BRAIN, Eye Filmmuseum, NORAA, LIMA, ROOS, Beeld en Geluid, DANS, en DEN. De meeste van deze instellingen spelen ook nu nog een rol. “Met de oprichting van AVA_net in 2009 werd voor mij een duidelijke stap gezet in het professionaliseringproces van de Nederlandse AV-archivering, vergelijkbaar met in het buitenland de stichting van FIAT/IFTA, IASA en AMIA.    Het hebben van een netwerkorganisatie of vakvereniging betekent namelijk de erkenning van een gemeenschappelijk vakgebied met eigen, gedeelde onderwerpen en vraagstukken. Vanuit die erkenning kan het vakgebied worden gedefinieerd en kunnen gezamenlijke standaarden en oplossingen worden bedacht en gedeeld”.

Het netwerk fungeerde in het begin vooral als belangenbehartiger met als voornaamste doel om AV-collectiehouders bij elkaar te brengen. Kennisdeling was het toverwoord. Zo kon de positie van AV-erfgoed versterkt worden. “Van aanvang af werd nauw samengewerkt met het Kennisplatform van Beeld en Geluid, een door OCW gesubsidieerd project waarin werd gewerkt aan de bouw en het beheer van een nationale, online Kennisbank en allerlei andere ‘kennisproducten’, zoals bijeenkomsten over ontwikkelingen in het vakgebied. Later ontwikkelde AVA_Net een eigen website en eigen kennisactiviteiten, waaronder de huidige Kennisbank”.

Inmiddels is AVA_Net uitgegroeid tot een levendig netwerk met aandacht voor de identiteit en de problematiek van de kleinere AV-collectiehouders in Nederland. “Zoals ik het waarneem heeft AVA_Net in de nu ruim tien jaar van zijn bestaan zijn oorspronkelijke missie ruimschoots waargemaakt. Er is een sterke community gevormd die een goede afspiegeling is van alle sectoren waarbinnen av-erfgoed wordt beheerd. Er zijn nuttige, belendende initiatieven ontstaan, zoals de Trendmonitor Audiovisuele Collecties, de LinkedIN groep AV-archiving, het AVA_Net Magazine en de consultancy door de AVA_Net experts. De onsite AVA_Net symposia behoren inmiddels voor de vakgenoten tot het jaarlijkse hoogtepunt! Kortom: wie het nu in Nederland heeft over AV-collectiehouders, heeft het ook over AVA_Net”.

Publicatie

Al die jaren was Annemieke betrokken bij de technologische ontwikkelingen binnen AV-archieven. Ze vertelt erover in haar boekje dat ze onlangs publiceerde. “Ongeveer elk decennium vond er een nieuwe technologische ‘revolutie’ plaats, te beginnen met de introductie van video in de jaren zeventig, de automatisering van gegevens en processen in de jaren tachtig, de opkomst van de netwerkomgeving in de jaren negentig, de digitale productie vanaf het jaar 2000 en inmiddels, de toepassing van AI en business intelligence. Wat veranderde hierdoor voor de collecties en werkprocessen, wat bleef hetzelfde? Ik heb duidelijk willen maken welke invloed deze ingrijpende transities hebben gehad op de identiteit van het audiovisuele archief en zijn medewerkers. Bij mijn verklaring van dit fenomeen betrek ik de speciale aard van audiovisuele materialen, de achtergrond als productiearchief én de traditionele mindset van ‘de AV-archivaris’ die per definitie is gefocused op het verlenen van toegang, dwars door veranderende tijden en technologieën heen. Ik vind het aanpassingsvermogen legendarisch en voor mij is het dan ook een van hun belangrijkste eigenschappen.

De technologische en dienstverlenende vermogens van de grote nationale AV-archieven en de verworven erfgoedstatus hebben gezorgd voor een emancipatie van de AV-archieven. “De vernieuwingen bij deze nationale voortrekkers hadden grote invloed op de ontwikkeling van het vakgebied als geheel, en dus uiteindelijk op alle AV-archieven, klein, groot, regionaal en lokaal”. 

Download de publicatie van Annemieke ‘Het wendbare AV-archief’ of in het Engels ‘The Agile AV-Archive’.

De toekomst van AV-archivering 

Als het gaat over de toekomst van AV-archivering heeft Annemieke het meteen over de balans tussen kwaliteit en kwantiteit. Zijn AV-archieven wel in staat om hun collecties beheersbaar, toegankelijk en betaalbaar te houden?

“Onder deze vraagstukken vallen het opslag- en volumeprobleem van (digitale) materialen, het omgaan met de voortdurende formaatprogressie, de inzet van AI in de kernprocessen, selectie en waardering van analoog en digital born materiaal, het waarborgen van de authenticiteit en integriteit van digitale collecties en het garanderen van duurzame toegang. Als bijzonder aandachtspunt wil ik hier noemen: de analoge ‘legacy’ collecties die nog altijd in grote getale bij ons zijn. Feit is dat een belangrijk deel van deze materialen waarschijnlijk nooit zal worden gedigitaliseerd en daardoor onzichtbaar en onkenbaar wordt, terwijl de materialen wel zorg blijven vragen”.

Toch heeft Annemieke alle vertrouwen in de sector en in de toekomst. “Ik ben er van overtuigd dat audiovisuele archieven deze digitale en analoge vraagstukken, óók in AVA_Net verband, zullen kunnen pareren, gezien de inventiviteit en het aanpassingsvermogen waarvan ze door de jaren heen blijk hebben gegeven”. 

 

Deel dit nieuwsbericht