Door Frank Holthuizen, conservator bewegend beeld – Limburgs Museum

Hoe spannend is het om een klassieke documentaire op de schop te nemen? Een film nog wel met een iconische status die een paar generaties lang kijkers heeft geboeid en geëmotioneerd. Ik vond het tijd voor een opwaardering van de ‘Puinfilm’, zodat hij ook de komende tijd kan doorstaan.

De Puinfilm als installatie in tentoonstelling

Onder de oorspronkelijke titel ‘Venlo 1945’, roept de Puinfilm de kijker in het bevrijdingsjaar op om middelen in te zamelen voor de zwaar getroffen stad. Het is een documentaire die we tot de kern van het Limburgse filmerfgoed rekenen, met zelfs een bovenregionale waarde. Het idee om deze iconische film in een geheel nieuwe vorm aan onze bezoekers te laten zien, past in de Limburgse plannen voor het 75ste herdenkingsjaar van de bevrijding.
Een van die plannen is een tentoonstelling waarin naoorlogse beeldende kunst en audiovisuele storytelling samenkomen. We trekken daarin samen op met onze buren, Museum van Bommel van Dam, het stedelijk museum met een ruime collectie moderne en hedendaagse kunst. Hoe verwerken Nederlandse kunstenaars en filmmakers hun ervaringen met vrijheid en onderdrukking? Een in onze ogen sterk verhaal dat zich kan onderscheiden van meer traditionele herdenkingsprojecten waarin het accent vaak ligt op de tijd van de bevrijding. ‘Tekens van Vrijheid – van oorlogsdocumentaire tot Armando’, zoals de tentoonstelling heet, is kunsthistorisch overzicht en regionale geschiedenis in één. Een gerevitaliseerde Puinfilm en een drietal minidocumentaires van studenten flankeren indringende werken van onder meer CoBrA en de Nul-beweging.

Verderop ga ik op de Puinfilm in. Hier eerst iets meer over de andere vrijheidsprojecten van het Limburgs Museum, die allemaal het audiovisueel archief als basis hebben.

Filmeducatieproject Filming Freedom

Het begint in 2018 met een filmeducatieproject dat we ‘Filming Freedom’ noemen. We willen jonge filmmakers in opleiding laten ervaren hoe het is om met archiefbeeld uit de Tweede Wereldoorlog te werken. En dit als startpunt te gebruiken voor een korte film die hún kijk op vrijheid weergeeft. Het feit dat ze studeren aan een MBO-opleiding en dus nog echt jong zijn, zien we als een grote uitdaging. We dienen het plan in bij de provincie en ontvangen een mooie subsidie. De school in kwestie, het Vista college in Heerlen, selecteert derdejaars studenten met documentaire ambities. Met storyteller Tanja Nabben en historicus Fred Cammaert als coaches gaan ze aan de slag. De drie minidocumentaires gaan in 2019-2020 het voortgezet onderwijs in als inspiratie voor het maken van korte scholierenfilmpjes over vrijheid. En komen dus als finale in de tentoonstelling ‘Tekens van Vrijheid’.

Puinfilm in het Limburgs Museum (Foto: Bram Becks Fotografie)

Gedeelde Oorlog: een verhalende live filmvoorstelling

Om ons megaproject over vrijheid te vervolmaken, bedenk ik onder het motto ‘het kan niet op!’ een derde productie. De inbedding is er al: ieder jaar in januari neemt het Limburgs Museum namelijk deel aan het Limburg Film Festival. Dat is een showcase-festival van het beste dat de actuele filmproductie in onze provincie te bieden heeft. Je ziet er korte films, documentaires en speelfilms van een groeiend leger van cineasten met Limburg als verbindende schakel. Een Limburg dat een rijke filmcultuur kent, met nationaal doorgebroken makers die hier opgroeiden en nieuwe generaties die aan de weg timmeren. Daarom belichten wij met een eigen programma steeds waar die filmcultuur historisch gezien vandaan komt. En dat is altijd een kijkje in de collecties via een attractieve en opvallende presentatievorm. Ik voel me steeds weer bevoorrecht om in een museale omgeving te kunnen werken aan de toegankelijkheid van het audiovisuele erfgoed van Limburg. Zo maakte ik – vaak samen met musici, schrijvers en filmmakers – een groot aantal publieksprogramma’s binnen en buiten de muren van het museum.
Gedeelde Oorlog’ krijgt in het najaar 2019 vorm. Een voorstelling over het alledaagse leven van Limburgers tussen 1939 en 1949. Een verhaal over de menselijke maat tegen het decor van chaotische en turbulente wereldontwikkelingen. Met amateur- en journaalbeelden uit eigen collectie en van Beeld en Geluid vorm ik de dragende visuele laag. Componist Ton Verhiel verweeft een fascinerende soundtrack met tijdgebonden radiofragmenten. Je hoort cello, keyboard, viool, klarinet en saxofoon. En in dat muzikale en visuele bedje is het schrijver, journalist en muzikant Frans Pollux die als verteller intrigeert in de live uitgevoerde vertoning.
De productie gaat op 11 januari 2020 in première en kent enkele uitverkochte voorstellingen – totdat de lockdown vanwege Covid-19 een voortijdig einde maakt aan de tour. Met het culturele leven op slot, krijgen de tentoonstelling met daarin de Puinfilm-nieuwe-stijl vrijwel direct een vervolg op onze online kanalen. Daarmee ligt er voor dit nieuwe werk op basis van een 75 jaar oude film misschien wel een mooie toekomst in het verschiet.

Maar wat is nu de drijfveer om deze Puinfilm zo ingrijpend te verbouwen? En hoe pak je zoiets aan?

De Puinfilm:‘Een verlaten, troosteloze dodenvallei’

Dré Brenneker (Foto: Wim Westerhuis, collectie: Bart Brenneker)

Eerst terug naar de zomer van 1945. De Venlose fotografen Dré Brenneker (1910 – 1983) en Baer Thiery (1908 – 1978) maken een film in hun stad. Met camera’s van de Amerikaanse legerfilmdienst registreren ze kaalgeslagen delen van de binnenstad. Ruïnes van woningen, kerken en bruggen. Het alledaagse leven. De stad had in de winter maandenlang in de frontlinie gelegen tot ze in maart werd bevrijd. Ze was zwaar getroffen door een reeks geallieerde bombardementen die het eigenlijke doel, de Maasbruggen, steeds misten. Duitse beschietingen richtten veel schade aan, en vanaf januari 1945 moest de bevolking op last van de bezetter evacueren. De makers hebben een journalistieke missie en werken onder de vlag van productiebedrijf Zuiderfilm, dat voor de oorlog was opgericht als dochter van de Nieuwe Venlosche Courant. In de Haarlemse studio van Multifilm wordt de film voorzien van klassieke muziekstukken en een pathetische commentaartekst.

Doel van de film

Als de film klaar is, krijgen genodigden hem op 30 augustus te zien in het Venlose Scala Theater. Dan is het Amsterdamse publiek aan de beurt, daarna dat van Groningen en pas in november de inwoners van Venlo zelf. Duizenden toeschouwers in 3 maanden tijd. De functie van de later in recensies tot Puinfilm bestempelde documentaire is helder: de propagandafilm doet een beroep op de liefdadigheid van de kijker. Door de aandacht te vestigen op de noodzakelijke wederopbouw van de rampstad en het lot van zijn inwoners, is de verwachting dat een stroom hulpgoederen op gang komt. Met alleen verbittering lukt dat niet. Dus geven de laatste minuten van de film een sprankje hoop: in een vervreemdend decor maken inwoners ruimte voor de nieuwe stad, zoeken in puinhopen naar bruikbare spullen, doet de postbode zijn werk, liggen rioleringsbuizen klaar en zijn straten weer begaanbaar. In beeld zien we ook een flard van de humor van Venlonaren die ‘Villa Zomerlust’ en ‘Villa Puinzicht’ op muren hebben gekalkt. En de stem verwijst naar een legende: “Sint-Martinus, de patroon van de stad Venlo, sneed eens zijn soldatenmantel in tweeën om zijn uitgeschudde en berooide medemens te helpen. Mogen ook wij de kracht vinden eendrachtig samen te werken aan de leniging van de barre noden in dit offergebied, om gezamenlijk als Nederlanders Nederland te herbouwen”.

Still Puinfilm (Collectie Limburgs Museum)

Oude vertoningspraktijk

Na bewezen diensten belandt de film – net als alle andere Zuiderfilmproducties – in het archief van het Dagblad voor Noord-Limburg. Dit wordt in 1979 overgedragen aan het Goltziusmuseum in Venlo. In dat stedelijk museum en zijn opvolger, het Limburgs Museum, krijgt de film een tweede leven door vertoningen aan ooggetuigen, hun families en andere geïnteresseerden. De Puinfilm is in zijn authentieke staat en betekenis een museaal en historisch document geworden. Maar wel een dat met emotie is geladen en dat decennialang ook blijft.
Je kunt het een lokale museale traditie noemen, de vertoningen van deze documentaire. Onderdeel van het collectieve herdenkingsmechanisme dat in Venlo elk jaar in maart op gang komt. Midden jaren negentig kwam ik in het Limburgs Museum werken en in die tijd was de traditie nog hartstikke levend. Vele jaren daarna ook nog. Toenmalig collega Sef Derkx is lange tijd door het (lokale) publiek als ‘mister Puinfilm’ gezien. Als degene die zijn passie voor Venlo verbindt aan het kundig duiden van de Puinfilm en ander av-materiaal over zijn stad. Het museum had een lokale functie totdat het in 1994 vanwege nieuw provinciebeleid een Limburgse opdracht kreeg, met een schaalvergroting en een nieuwbouw als gevolg.

Tijd voor een nieuwe blik op de oude Puinfilm

Er is van alles op te merken over die oude vertoningspraktijk. Ongetwijfeld droeg het vroegere museum daarmee bij aan een herinneringscultuur die waarde kan hebben voor de band met de maatschappij. Alleen: het voeden van nostalgie is niet bepaald meer een legitieme functie van museale activiteiten. Het is daarnaast een feit dat het kijkerspubliek ouder is geworden samen mét de film. Jongere generaties hebben nauwelijks oog voor de impact van de Puinfilm, tenzij aangewakkerd door schoolbezoeken aan het Goltziusmuseum of door verhalen van oma en opa. Het is ook niet makkelijk, de aandacht houden voor ruim 21 minuten wollige zwartwitbeelden. Met een soundtrack waarop een ouwelijke uitvoering klinkt van stukken uit Beethoven’s Derde Symfonie (de ‘Eroica’), die notabene her en der wegebt in geruis en gekraak. Plus een stem die zwaar aangezet en traag het laatste oorlogsjaar beschrijft. De interesse neemt jaar in jaar uit zienderogen af.
Anno 2019 vind ik het daarom tijd voor een nieuwe blik op de oude Puinfilm. Met het aanstaande herdenkingsjaar zie ik de kans om er een nieuw publiek voor te interesseren. Ik wil hem ontdoen van het stroperige karakter en het eenzijdige, bittere perspectief dat eruit spreekt. Tegelijk besef ik dat de kracht van de oude Puinfilm juist schuilt in het visuele drama en de taal van de commentator. Venlo als een ‘verlaten, troosteloze dodenvallei’ en ‘Noord-Limburg niemandsland’: dat zijn impressies die er niet om liegen. Het is natuurlijk pure propaganda. En hoewel het tegenstrijdig lijkt, wil ik juist dat aspect terug laten komen in de nieuwe versie. De boodschap van een Nederlandse stad die getergd om hulp roept. Een boodschap ook die uit duizenden herkenbaar is in onze tijd. De nieuwe Puinfilm wordt een installatie in de eerste zaal van de tentoonstelling ‘Tekens van Vrijheid’. Door projectie op levensgrote schermen en daaraan gekoppelde speakers, wordt ‘kijken naar’ een ruimtelijke ervaring.

Still Puinfilm (Collectie Limburgs Museum)

Still Puinfilm (Collectie Limburgs Museum)

Uitdaging

Met de toestemming van de erfgenamen van Dré Brenneker heb ik de creatieve ruimte om met de film aan de slag te gaan. Er moet nogal wat gebeuren, maar ik heb alle vertrouwen dat dit lukt. Ik voel me extra uitgedaagd, in mijn driedubbelrol als projectleider, conservator en maker. Min of meer gepland volgen de productieperiodes van het filmeducatieproject, de tentoonstelling, de Puinfilm en Gedeelde Oorlog direct op elkaar. Laten we het gezonde hoogspanning noemen! Uitgedaagd voel ik me ook omdat ik na lange tijd weer nieuwe muziek ga schrijven en opnemen. Voor het museum voorzag ik incidenteel producties van kleine composities, maar ik waak ervoor dat het gewoonte wordt; teveel dubbelrollen lijken mij niet zo werkbaar.
Dat het werk aan de muziek in mijn geïmproviseerde thuisstudio moet gebeuren, staat vast. Ook dat ik daar steeds pas kan beginnen nadat een van mijn kinderen deze – ook hen toebehorende – werkplek ’s avonds verlaten heeft. De avond en nacht lonken dus. Ideaal voor het creatieve proces, zeker omdat de resterende tijd beperkt is en ik dus onder een redelijke druk moet werken. Gelukkig lukt dat. Ik neem in die periode de specificaties van de installatie steeds door met onze av-partner Showtheme en mijn collega van techniek, die ongelooflijk fijn meewerken. Dan gaat het over de aankoop van short throw beamers, de maten en materialen van de projectiedoeken, het soort geluidsboxen en versterkers (voor de diepe bassen) en de programmering van de players voor beeld en geluid in één lopende lijn.

Van oorspronkelijke naar nieuwe verhaallijn

In de originele Puinfilm beschrijft de voice-over chronologisch de gebeurtenissen in het laatste oorlogsjaar in Venlo, maar het beeld volgt deze niet – de filmopnames zijn immers van na de bevrijding. Hoewel een interessante vorm, is het toch echt een noodgedwongen keuze geweest. Een andere structuur is wenselijk. Daarom bepaal ik voor de nieuwe versie allereerst zes scènes, grotendeels op basis van het verloop van gebeurtenissen in de film. Zes scènes die worden vertaald naar evenveel beeldschermen en audiotracks, doorlopend en in herhaling. Als de eerste scène is afgelopen, verplaatst het geluid zich naar het tweede scherm en komt daar scène twee, enzovoort. De eerdere scènes beginnen ook steeds opnieuw, maar het geluid ‘loopt mee’ door de ruimte en bepaalt de verhaallijn die je kunt volgen. Maar niets is dwingend, het geluid begeleidt associatief en sferisch de beeldscènes.
Uit de tekst gebruik ik de meest impressionistische passages en slechts een deel van de zuiver feitelijke informatie over Venlo in de frontlinie. Anders dan in het origineel laat ik de nieuwe film starten op 1 maart 1945, het moment waarop Amerikaanse legereenheden het desolate en ontredderde Venlo aantreffen. De stem krijgt een leidende rol in een paar van de nieuwe muziekstukken die ik ga maken.

Gesproken songs in heavy sountrack

Er zijn wat dilemma’s. Allereerst de originele geluidssamenstelling. Muziek en commentaar staan samen op het optisch geluidsspoor van de 16mm-projectiekopie, waarvan in 2004 een scan op digi Beta is gemaakt. Maar ik wil alleen de stem gebruiken. Een zoektocht in het Multifilmarchief en bij de erfgenamen wijst uit dat er geen geluidsbanden van de productie bewaard zijn. Dus ga ik aan de slag met het diepgaand bewerken van de geluidstrack van de film, zodat ik de stempassages die ik nodig heb los kan halen. Gelukkig zijn de muziekpassages onder de stem opnametechnisch meestal zwak en lukt het om via mijn bewerkingsprogramma de stem te isoleren – wetende dat ze in een zwaar geluidsdecor gaan belanden. Daar maak ik drie aparte scènes van, de andere drie worden instrumentale stukken.
Via equalizer verbeter ik de audiokwaliteit, maak hem ook lichter van toon. En ik ‘grijp in’ door de stem een fractie te versnellen. Hij blijft herkenbaar als de stem van de Puinfilm, maar er komt een prettige vaart in die het nieuwe werk nodig heeft. Een paar muzikale motieven en sferen heb ik dan als audio-kladblok al klaarstaan.

Frank aan het werk in zijn thuisstudio (eigen foto)

Tijd dus om nu echt te gaan beginnen aan het maken en opnemen. Ik heb de sfeer van de zes scènes in m’n hoofd en componeer daar de zes muziekstukken op. De beeldmontage zal ik straks op de geluidstracks maken. Ik schrijf de muziek niet uit, maar construeer laag op laag met gitaren, digitale piano en een van een vriend geleende digitale Moog synthesizer. Veel van het geluid dat je hoort is volledig bewerkt met effecten uit mijn geluidstrukendoos. Als voorbeeld: ik gebruik vaak langgerekte onderliggende ijzige akkoorden. Die klinken elektronisch maar komen in feite uit een akoestische gitaar, sterk vertraagd en voorzien van een effect voor een passende dynamiek. Het analoog-digitale knutselwerk, noem ik het altijd. Als eerste klaar zijn de tweede en derde delen van de film, beide met de originele, maar dus bewerkte, stem. Ik heb zogenaamde gesproken songs voor ogen, en hoe wonderlijk is het dat de stukken ook zo uitpakken. Vooral deel drie lijkt een traditioneel lied met coupletten en een muzikaal refrein. Ik vind het fascinerend wat de muziek met de tekst doet, of omgekeerd. Het tweede stuk kenmerkt zich door de zeggingskracht van de tekst, de diepe, stuwende bassen, het pulserende ritme en de niet thuis te brengen geluiden. De intromuziek is gruizig, dreigend en melancholisch tegelijk, en versterkt wat de openingsbeelden uitdrukken. Zo werk ik daarna ook aan de drie laatste muziekstukken, die met name instrumentaal zijn. De opnames eindigen met de synthesizer waarmee ik finesses aanbreng: dunne melodielijnen, sequencers maar ook het quasi gebonk van de sloophamer, en dan is het muzikale palet compleet
Aan het eind van deel 3 verandert de toon en werkt alles toe naar een hoopvolle toekomst. Heel bruikbaar daarvoor zijn de op radio uitgezonden reportages van Herrijzend Nederland uit maart 1945. Venlonaren vertellen de verslaggever over hun recente ervaringen. Radio die heel actueel klinkt, en vooral heel rechtstreeks, recht uit het rampengebied. Uit die reportages, afkomstig van Beeld en Geluid, verwerk ik passages in de muziek. Verbittering maakt plaats voor lichte euforie. En de muziek gaat mee, van dreigend en desolaat naar hoopvol.

Vondst in het depot

Dan is er nog even het dilemma van de wollige en toch wel bleke, contrastarme versie van de Puinfilm. Maar dat lost zich op. Want op zoek naar een betere versie bekijk ik met een collega de verschillende originele 16mm-dragers uit ons depot. Wat blijkt: de op de doos als ‘Kleine Puinfilm’ betitelde rol is een anders gemonteerde versie zonder geluid en vrijwel ongedeerd. Met een contrastrijke schakering van grijstonen. Ineens zien we in de Puinfilm het zomerse licht dat je in de oude kopie echt moest zoeken.
En nog verrassender: er ligt een aparte rol ‘restmateriaal’, die vanwege de verhuizing van Dagblad De Limburger ooit bij ons is afgegeven en nooit eerder bekeken. We zien negatief cameramateriaal met vrijwel onbekende opnames die prima van pas komen. Het meest verbluft zijn we door een paar testscènes waarin een van de filmers uitkijkt over een zee van puin temidden van opengereten panden. En hij laat de camera in z’n hand rondtollen! De ideale beginscène! Het materiaal wordt full HD maar met het beeld in 4:3 gescand en gaat de montage in. De scan is strak, fraai zwartwit, en in kwaliteit zo dicht mogelijk bij de bron. De beeldmontage en de hele afwerking maak ik vervolgens op het geluid, en dat gebeurt in de werkplaats in het museum. Nog een paar dagen om proef te draaien op zaal, tot we op 17 oktober opengaan. Missie volbracht.

Geslaagd experiment

Terugkijkend mogen we heel tevreden zijn. Met de tentoonstelling Tekens van Vrijheid en ‘Puinfilm – De Remix’, zoals we hem hebben genoemd, bereiken we ruim 20.000 bezoekers tot de sluiting in maart 2020. Een mooi aantal voor een ‘lastig’ onderwerp en niet alledaagse benadering. De waarderingen liegen er ook niet om: bovengemiddelde tot excellent. Bezoekers en betrokkenen geven aan dat ze de nieuwe Puinfilm geslaagd vinden. Voor een deel – vermoed ik – is die waardering gevoed door de beleving in de zaal. Het is een ruige installatie die de kijker blijkt te imponeren. Dwars door alle leeftijden en categorieën heen: oudere Venlonaren die de oorlog hebben meegemaakt of kennen uit de overlevering, middelbare scholieren, studenten, provinciebestuurders, archivarissen, enzovoort. Ja, zelfs de fans van de oorspronkelijke Puinfilm laten weten dat ze geraakt zijn. Verschillende regionale media berichten over de tentoonstelling: L1 radio komt langs, Omroep Venlo draait een reportage, het Platform Tweede Wereldoorlog maakt een analyse en het cultuurmagazine Zuiderlucht schrijft een verlegen makende recensie.

De toekomst van de nieuwe Puinfilm

Aan het begin van de intelligente lockdown besluiten we om van de tentoonstelling een virtuele versie te maken. Een online kijkje in 360 graden. Ook de remixed Puinfilm krijgt vanaf dat moment een ‘platte’ versie op YouTube. Sinds het project online is, komt de virtuele tour op enkele tienduizenden views. De remix op YouTube blijft nu wat hangen op een kleine 700. Dat vraagt waarschijnlijk om meer gerichte marketing via social media, want het is interessant om te volgen wat de remix doet met het publiek.
De oude Puinfilm blijft vanzelfsprekend als authentieke bron behouden en toegankelijk. Het blijft immers een van de kernfilms uit de collectie. Het nieuwe werk kun je bekijken als een voorbeeld van hergebruik en creatie. Een nieuwe bron wellicht, omdat hij 75 jaar na dato versterkt weergeeft wat het origineel intussen misschien ontbeert: de kracht om in de harten van nieuwe kijkers te komen. Daarom is het van belang om de Puinfilm oude en nieuwe stijl beide in de online collectie op te nemen. En in het nieuw te ontwikkelen museumplatform moet het beslist een onderwerp zijn voor een van de ‘Verhalen van Limburg’.

Deel dit nieuwsbericht