Metadata

Pixels en samples, de informatie waaruit audiovisuele data is opgebouwd, kunnen we niet ‘lezen’, ze hebben geen directe betekenis. Er is een extra stap nodig om de zogenaamde semantic gap te overbruggen tussen vorm en inhoud, en audiovisuele data inhoudelijk, met woorden te archiveren en doorzoekbaar te maken. Deze extra stap werd traditioneel handmatig gezet, bijvoorbeeld door documentalisten. Recentelijk worden ook steeds meer brokjes inhoudelijke informatie, die op verschillende plaatsen in de productieketen worden opgeslagen, op een gestructureerde manier benut. De laatste jaren zien we ook langzaam aan steeds meer gebruik van automatische technieken als hulpmiddel.

Deze handmatige en automatische beschrijvingen noemen we metadata, en zijn welbeschouwd ‘representaties’ van data. Ze representeren een bepaalde ‘kijk’ op data. De kijk van een persoon vanuit een bepaalde achtergrond (omroepredacteur, documentalist), een automatisch algoritme gericht op een modaliteit (spraak, beeld), of gericht op een bepaald onderdeel binnen een modaliteit: geluiden, woorden, de spreker of emoties in audio, en gezichten, objecten en acties in beeld. De beschrijvingen zijn gestructureerd vastgelegd in de metadata en apart opgeslagen als specifieke beschrijvingsvorm. Een zoeksysteem indexeert deze metadata en beschrijvingen om zoeken in audiovisuele content mogelijk te maken (meer hierover in het thema Toegang).

Metadata maken als het goed is deel uit van een intern en extern netwerk. Ze worden uitgewisseld binnen en tussen organisaties. Afspraken, standaarden en richtlijnen m.b.t. de vorm en inhoud van de metadata zijn dan ook cruciaal. Deze afspraken kunnen worden gemaakt binnen de organisatie, maar ook op nationaal en internationaal niveau.

Ten eerste zijn er beschrijvende metadata die worden gebruikt om de inhoud van het audiovisuele document te beschrijven. Voorbeelden zijn catalogusbeschrijvingen, trefwoorden, gebruikersannotaties, gecontroleerde woordenlijsten en thesauri.

Een tweede groep betreft de administratieve metadata. Deze worden ingezet voor het managen en administreren van collecties. Het gaat hier bijvoorbeeld om rechteninformatie, acquisitie- en conserveringsgegevens. Een steeds belangrijker categorie hierbinnen vormen de zgn. ´preservation metadata´, die de levenscyclus van een digitaal object vastleggen en zo de authenticiteit ervan aantonen, door allerlei dynamische bewerkingen en processen heen. Technische metadata beschrijven technische eigenschappen van het document maar omvatten ook bepaalde systeeminformatie. Voorbeelden: filelocaties, audiovisuele formaten, databaseschema’s , compressiegegevens, authenticaties. Metadata worden georganiseerd in modellen. Hun definities liggen vast in metadata-dictionairies.

Kennisbronnen

Op de website van het Kenniscentrum Digitaal Erfgoed (DEN) vindt u DE BASIS, een set van minimale eisen voor de digitalisering van erfgoed. In DE BASIS voor beschrijving (2012) vindt u informatie over standaardmethoden voor metadatering, inhoudelijke ontsluiting en identificatie van digitale erfgoedcollecties.

The FIAF Moving Image Cataloguing Manual (2016), published by the FIAF Cataloguing and Documentation Commission (CDC), will help cataloguers create cataloguing or metadata records that will meet requirements of new database technologies and new metadata standards while remaining compatible with older methods and standards. The Manual offers primarily descriptive cataloguing rules rather than a schema of data elements.

AVA_Net Experts

Ga naar de AVA_Net Experts-pagina om de experts te filteren op locatie (en kennisthema).